Beter laat dan nooit, maar eindelijk heb ik woorden gevonden voor mijn passievolle hobby: festivalleren. Een dagje hossen op een festival ergens op een grasveld in Nederland is leuk, maar voor het echte festivalgevoel moet je een tent hebben. Een eigen huis, een plek onder de modder. En altijd iemand in de buurt die je bier geven kan. Toch wou ik dat ik net iets vaker, iets vaker simpelweg naar de klote was. Ohooho! Want de klote, dat is waar je heen gaat na een weekend lang los op een festival!
Dit jaar heb ik slechts twee campingfestivals bezocht: SonneMondSterne en het oude vertrouwde Lowlands. SonneMondSterne (SMS) sond al jaren hoog op mijn verlanglijstje, maar aangezien je daarvoor helemaal naar de oostgrens van Duitsland moet liet het vooralsnog eventjes op zich wachten. Dit jaar vond ik echter drie andere gelukszoekers die samen met mij de lange tocht naar de klote af wilden leggen.
Gewapend met een Shanna, Ruben en Eline was het klokjes rond genieten van de heerlijkste techno die dit tijdperk te bieden heeft. SMS heeft wat mij betreft in één keer twee prijzen in de wacht geslepen: die van het smerigste festival en die van de beste muziek ooit. Beste muziek omdat er zo’n 6 tenten waren waar altijd electronische muziek uit kwam (1 tent deed zelfs verdacht veel denken aan een heuse Gashouder), en de prijs voor smerigste festival omdat ik in dit weekend meer blubber gezien heb dan in mijn hele leven bij elkaar. De festivalgoden waren mij echter gunstig gezind en plaatsten een heuse schoenendealer op mijn pad die alle laarzen op weg van Zwitserland naar SMS had opgekocht en zo mijn festival heeft gered door een simpel paar kaplaarsjes. Dat zijn pas helden!
Het tweede campingfestival was natuurlijk weer het oerhollandse Lowlands. Ik ken geen festival dat zo gelikt en strak in elkaar zit als deze. Vanaf de pendelbus tot in de WC is alles goed geregeld en Duitse perikelen met overbevolktheid of blubberoverschot zijn hier simpelweg ondenkbaar. Lowlands is typisch zo’n festival waar je als ouder je kleuterkroost nog naartoe zou sturen. Niet voor de muziek of de cultuur, maar voor de gezelligheid en het grootse speeltuingevoel. Muzikaal gezien waren er voor mij eigenlijk maar twee optredens die ik zal onthouden. Ten eerste het ongelofelijk op en neer springen bij de Bloody Beetroots. Ik had er zelf nog nooit van gehoord maar deze knetterharde electro met snoeiende gitaren is echt ideaal voor een paar uurtjes genadeloos los gaan. Het tweede memorabele optreden was die van Kees van Hondt. Ierse riedeltjes, Deutsche slagers, Limburgse carnavalsmeuk, alles komt voorbij terwijl de gepimpte takken, picknicktafels, kliko’s en opblaasbeesten je om de oren vliegen. Heerlijk! Het feest is Rowwen Hèze-waardig, of zoals hij het zelf zegt: 100% Keeswaardig. Ik verheug me er nu al op om de dag na kerst Derde Keesdag te vieren in de Tivoli. Wie gaan er mee? Maken we er een reunie van die eer doet aan alle gezelligheid, lol en flauwe grappen van deze leukste Lowlands die ik ooit heb bezocht!
Nu zit het er helaas weer op voor deze zomer. Volgende week zit ik weer in de collegebanken weemoedig terug te denken aan deze mooie tijd en fantaseer ik hoe die professor al crowdsurfend over de studenten heen getild wordt. Tegen beter weten in. In een collegezaal is crowdsurfen “not done” en raken mensen doorgaans geirriteerd als je weer eens enthousiast met bier gooit. Simpele zieltjes, ze moesten eens weten hoe mooi het leven kan zijn!